Straatnamen met de letters G-H

Op deze pagina ontdek je de betekenis van volgende straatnamen.

Galgenstraat

 In Wijnegem waren er vroeger twee Galgenstraten. De eerste was een zijstraat van de Krijgsbaan en diende aanvankelijk als inrit voor het warenhuis Makro. Oorspronkelijk, in 1742, vormde deze straat een rechte verbinding met de Turnhoutsebaan. Zij stond haaks op de huidige Krijgsbaan. Aan de overzijde van de Turnhoutsebaan stond in vroegere eeuwen de galg opgesteld, wat nog zichtbaar is op de kaart van landmeter Stijnen. Toen al stond zij vermeld als Galge straete (zie kaarten 7 en 9).

Een tweede Galgenstraat vormt de grens tussen Wijnegem en ’s-Gravenwezel-Schilde (zie kaart 6). Ze verbond de ’s-Gravenwezelsesteenweg met de Turnhoutsebaan, maar werd in 1983 door de aanleg van de Houtlaan in twee stukken gesneden. In vroegere eeuwen lag deze weg helemaal op het grondgebied van ’s-Gravenwezel. Het was pas bij het rechttrekken van de gemeentegrenzen door een keizerlijk decreet van 15 januari 1809 dat dit gedeelte bij Wijnegem werd gevoegd. Ook hier heeft vermoedelijk een galg gestaan, want galgen werden vroeger meestal opgesteld aan de gemeentegrenzen. Zij vormden een afschrikmiddel voor eventuele misdagers. Een boomkapelletje trok vooral in de meimaand heel wat gelovigen aan.

Het feit dat er twee Galgenstraten in Wijnegem waren, veroorzaakte verwarring. Daarom werd de eerste, die aan de grens met Deurne, in maart 2009 omgedoopt tot 'Karel Verbistpad'.

(Arch. HK, kaart P. Stijnen, Casteel ende Graefschap van Wijneghem, 1742)

Ganzenweg

De Ganzenweg verbindt de Turnhoutsebaan met de Merksemsebaan en heeft als zijstraten de Vuurkruisenlaan, de De Wijngaardstraat en de Nachtegalenweg. Zij werd, zoals vele van onze straten, gebetonneerd in de jaren zestig.

Jules Wuyts schrijft in Enkele grepen uit de geschiedenis van Wijnegem over haar naam: De 'Ganzenweg' was vermoedelijk de baan langs waar de kudden ganzen naar de Schijnbeemden werden geleid. We vinden de naam 'Ganzenweg' ook terug in andere oude Kempische dorpen.

Dat deze weg al bestond in de achttiende eeuw is zeker. Op de kaart van P. Stijnen, Casteel ende Graefschap van Wijneghem, getekend in opdracht van Graaf de Haudion in 1742, staat hij al vermeld.

Grenzend aan de Ruggeveldstraat, een straat die parallel loopt met de Ganzenweg, lag een perceel grond genaamd Den Gansenkuil. Het is dus meer dan aannemelijk dat de naam Ganzenweg hierop geïnspireerd is.

In de jaren 1994 en 1995 voerde AVRA opgravingen uit in de gronden rond de Vuurkruisenlaan en de Ganzenweg. Hier werd een kleine nederzetting met waterputten gevonden uit de late IJzertijd en de Romeinse periode. De 'gansenkuil' was vlakbij, een kleine honderd meter daarvandaan.

(Arch. HK, kaart P. Stijnen, Casteel ende Graefschap van Wijneghem, 1742)

Groenstraat

 De Groenstraat is een van de oudste straten van Wijnegem. In de achttiende eeuw begon zij aan de wegh van Antwerpen naer Turnhout. Het eerste stuk van de straat heet nu 'Kanaalstraat'. Verder liep ze door naar ’s-Gravenwezel op het tracé van de huidige ’s-Gravenwezelsesteenweg (zie kaarten 1, 2, 5, 10 en 15). Het was dus een vrij lange straat. Zij liep tot aan de Vogelzang aan de grens met 's-Gravenwezel. In de achttiende eeuw heette zij al Groen straete. Langs deze weg stond het kasteel Pulhof en de boerderij Ter Siecken, gelegen aan de ’s-Gravenwezelsesteenweg tegenover de huidige Groenstraat.

Vroeger werd het vee langs veewegen of ‘veedriften’ naar permanente graasgebieden gedreven die, in tegenstelling tot het akkerland dat eerder bruin was, altijd groen van kleur waren en dus ‘groengronden’ werden genoemd. Deze veedriften werden dan ook vaak door toponiemen aangeduid waarin het woord groen voorkwam. Eddy Dupae in M&L: Wegen met het toponiem ‘groen’, zoals Gruene wegh, Gruynstraet of Groenstraat, beginnen meestal in een woonkern op een plein en gaan in de richting van het beweide gebied (bos, heide of beemd). Deze Groenstraten werden door veekeringen in de vorm van hagen, muurtjes, vlechtwerk of greppels voor de bescherming van de moestuin afgeboord. Soms werden ze daarom met termen als Haagstraat aangeduid.

Eertijds bevond zich in de Wijnegemse Groenstraat, op de plaats waar ze thans uitmondt in de ’s-Gravenwezelsesteenweg, een herberg 'Het Groenhuys'. Dit café werd rond 1932 afgebroken. Enkele vermeldingen:

  • 1727: … compareert Jan Verelst weert inde herberghe het groenhuys in Wijneghem gebortich, 31 jaeren, rechtelijck gedaegt geeedt ende gevraeght…
  • 1765: Groenhuys, herberghe gelegen inde Groenstraete. In het gebouw woonden Jan Pittoors, zijn vrouw Cornelia Gijsels met hun kinderen Elisabeth, Clara Claessens en Anna Maria.

De laatst bekende vermelding dateert van 1912. De vermoedelijk laatste uitbaters van deze herberg waren Henri Mortelmans en zijn vrouw M. de Winter. Er werden toen boogschietingen ingericht. In de straat groeiden vroeger notenbomen.

Van de oorspronkelijke Groenstraat is echter nog maar een klein gedeelte overgebleven. Er staan nog enkele mooie oude werkmanswoningen. De meeste ervan dateren uit de periode 1840-1850. Tot enkele jaren geleden waren ze allemaal eigendom van mevrouw Akkermans-van Haaren. Na haar overlijden kregen de bewoners de kans om deze huisjes aan te kopen.

(Eddy Dupae, Monumenten en Landschappen jg. 32 nr. 4)

(Arch. HK, kaart P. Stijnen, Casteel ende Graefschap van Wijneghem, 1742)

(Arch. HK, Gemeentebeleid)

(Schepenbrief RAA o/A Wijn nr. 59)

(RAA, Manuale pastoris Reg E in Calmpthout)

Helenalei

Collegezitting van 8 augustus 1939: (Het college) neemt kennis van de opmerkingen der Provincie inzake overname der Helenalei van de firma SIMINA. Daar een voorafgaandelijk lijnrichtingsplan wordt geëischt zal hieraan gevolg worden gegeven.

De L-vormige Helenalei verbindt de Hippoliet Meeusstraat met de Rode Dreef, de Rerum Novarumlaan en de Turnhoutsebaan. Het stukje dat uitgeeft op de Turnhoutsebaan was tot het midden van de achttiende eeuw een onderdeel van de Baene van Heirentals naer Antwerpen, die vanuit de Turnhoutsebaan naar de brug van de Keer leidde. Vermoedelijk in 1752 werd echter zowat tweehonderd meter naar het westen een nieuwe kasseibaan gelegd: de huidige Hippoliet Meeùsstraat en Stokerijstraat, die een nieuwe verbinding vormde met de Keer langs de molen van Wijnegem. De oude weg geraakte stilaan in onbruik en werd doorgesneden door de aanleg van de Kempische vaart in de jaren 1852-’56. Wat er nog van overbleef werd verbonden met de huidige Rode dreef, die richting Schilde afboog (zie kaarten 5, 6 en 12).

Een groot gebied rond de huidige Helenalei en Rode dreef werd op het einde van de negentiende eeuw verworven door de familie Meeùs, eigenaars van de jenever- en likeurstokerij. Robert Meeùs bouwde aan de Turnhoutsebaan zijn woning, waarvan de tuin in het oosten paalde aan de oude Herentalse weg, dus de huidige Helenalei. Hij was de tweede zoon van Hippoliet Meeùs en Isabelle Demeurs. In 1907 huwde hij met Hélène Havenith, geboren te Kontich in 1885. Ze kregen samen vier kinderen. De vrouw stierf echter in 1912 in Antwerpen, amper 26 jaar oud. Ze werd begraven op het kerkhof te Wijnegem. In 1939 droeg Robert Meeùs de straat naast zijn woning kosteloos over aan de gemeente, op voorwaarde dat ze zou worden genoemd naar zijn overleden echtgenote.

(Arch. gem. Wijnegem, Collegebesluiten 1938-1942)

(HK Jan Vleminck, catalogus Stokerij Meeùs in Wijnegem, 2011)

(Arch. HK, kaart P. Stijnen, Casteel ende Graefschap van Wijneghem, 1742)

Henri Savenierslaan

Het college besliste in 1953 de volgende naam te geven aan een nieuwe straat in de wijk Zevenbunder: De verkeersweg over de gronden aan de nieuwe wijk van de Kleine Landeigendom, gaande van de Stokerijstraat naar de Kasteellei (ter hoogte van het Wezenhuis): Henri Savenierslaan. 28 september 1953.

Henri Saveniers werd geboren te Wijnegem op 16 maart 1876 als zoon van Willem Saveniers en Maria Carolina Mariën. Hij stierf in Wijnegem op 20 november 1954.

Hij stichtte brouwerij De Ster, die was gevestigd aan de zuidkant van de Turnhoutsebaan, een twintigtal meter ten westen van de Zwanebeek of Wezelse beek. Er werden verscheidene bieren gebrouwen, waaronder Blond, Bock, Export, Tripel en Seef.

Zijn zoon Henri en zijn schoonzoon Louis Van Riel namen de zaak van hem over. Na het overlijden van Louis Van Riel werd de brouwerij enkele jaren geleid door Henri Saveniers en door zijn zuster, weduwe van Louis. Ze werd uiteindelijk verkocht in 1940 en tijdens de oorlog, in de winter van 1941-1942, afgebroken. Henri Saveniers was schepen van Wijnegem van 1921 tot 1934. In dat jaar werd hij tot burgemeester benoemd. Hij oefende dit ambt uit tot einde 1946, met een onderbreking van december 1941 tot september 1944. Vanaf 1930 vinden we Henri Saveniers ook terug als voorzitter van de harmonie De Vrijheidsvrienden; later werd hij erevoorzitter.

(Arch. gem. Wijnegem, Collegebesluiten)

(C. Evers en L. Spaepen, 150 jaar harmonie in Wijnegem, 2009)

(J. Wuyts, Enkele grepen uit de geschiedenis van Wijnegem, 1952)

(www.heemkringwijnegem.be)

Het Loo

In zitting van 16 februari 2004 besliste de gemeenteraad een nieuwe straat 'Het Loo' te noemen. Het is een zijstraat van de Frans Van Schevensteenstraat. Aan de oostzijde loopt ze dood, aan de westzijde is ze verbonden met de Peter Benoitstraat.

Een lo is een niet-natuurlijke open plek in het bos. De naam duidt dus op ontginningsactiviteiten en het aanleggen van nieuwe woonplaatsen. Plaatsnamen met het lo-toponiem zijn indicaties voor ontginningsnederzettingen uit de vroege middeleeuwen. Soms verwijzen zulke namen naar voorchristelijke heiligdommen, zoals Heiloo of Ermelo.

'Loo' is verder nog een historische benaming voor het Nederlandse bos. Het gaat dan wel om een specifieke loofbosstructuur met stukken open weide. De naam is afkomstig van het Germaanse ‘lauhaz’ wat 'open plek in het bos' of 'bosje op hoge zandgrond' betekent.

Het Loo in Wijnegem is gelegen op een heuvelrug, in oudere teksten ‘het Rughvelt’ geheten. Op een kaart van landmeter Stijnen uit 1742 zien we dat hier schrale gronden lagen. Vermoedelijk stond er een loofbos in een vroegere periode, waaruit dit toponiem is voortgekomen.

Enkele vermeldingen:

  • 1750: op 't Loo 1,1 bunder behoort de graaf
  • 1794: Item 6 vierendeelen uyt het Loo genaemt  7 Bunder - 1 B. 200 R. in huere bij Peeter de Laet. (Inventarisatie door de Franse Revolutie van de gronden onder Wijnegem.)

(Drs. J.P.A. Hendriks, Prisma van de archeologie, uitg. Spectrum, 1996)

(nl.wikipedia.org/wiki/LOO)

(RAA o/a wijn n° 8a,b,c)

Het Sas

De huizen op te richten door de Staat ter hoogte van het sas zullen in de bevolkingsboeken ingeschreven worden met de benaming Het Sas. (College 15 september 1936.)

Het Sas ligt naast het sluizencomplex en heeft als zijstraten de Oude Turnhoutsebaan en de Hippoliet Meeusstraat.

De drie modernistische sassenierswoningen die er staan zijn eigendom van de Dienst der Scheepvaart. Het eerste sluizencomplex werd gebouwd bij de aanleg van het Albertkanaal tussen 1934 en 1935. Het bestond uit twee grote sluizen van 136 x 16 meter en aan de zuidkant een klein sas voor schepen met geringe diepgang.

Het vervoer op het water nam gestaag toe. Grotere binnenschepen en duwvaartkonvooien werden gebouwd, wat de nood aan grotere sluizen deed toenemen. In 1990 werden de werken aangevat voor het bouwen van een sluis van 200 x 24 meter, met een verval van 5,70 meter. Deze nieuwe duwvaartsluis werd plechtig ingehuldigd door Koning Albert II op 12 juli 1994.

Momenteel is nog een tweede duwvaartsluis gepland aan de noordkant van het huidige complex. Daardoor zouden heel wat huizen moeten verdwijnen, wat op groot protest van de bevolking stuit.

(Arch. HK, Gemeentebeleid)

(Arch. gem. Wijnegem, Collegebesluiten 1935-1938)

Hippoliet Meeùsstraat

De huidige Hippoliet Meeùsstraat werd samen met de voortzetting ervan, de Stokerijstraat, aangelegd in 1751 of 1752 en kreeg de naam ‘Oelegemse steenweg’. De nieuwe kasseiweg verving in feite de oude Baene van Heirentals naar Antwerpen, een aardeweg die ongeveer 200 meter meer naar het oosten lag en waarvan de Helenalei nog een restant is. De nieuwe steenweg werd aangelegd samen met de Turnhoutsebaan, die toen werd rechtgetrokken en eveneens gekasseid. Zo ontstond een directe, voor paard en kar veel beter berijdbare verbinding tussen de Turnhoutsebaan en de Schijnvoortbrug aan de Keer, langs de molen van Wijnegem. De oude Herentalse baan geraakte daarmee spoedig in onbruik en verdween grotendeels van de kaart (zie kaarten 5, 6 en 12). De aanleg van de Kempische vaart in 1852-‘56 sneed echter de nieuwe Oelegemse steenweg doormidden. Op 22 februari 1921 besliste het College het noordelijke stuk van de straat een andere naam te geven: De vroegere 'Oelegemsche Steenweg' wordt genoemd Hippoliet Meeùsstraat, op verzoek van de bewoners van deze straat, als eerbetoon aan de vroegere burgemeester en medestichter van de jeneverstokerij 'De Sleutel' Hippoliet Meeùs. In de zitting van 20 februari 1936 werd anderzijds beslist om het gedeelte ten zuiden van de vaart tot aan de grens met Wommelgem 'Stokerijstraat' te noemen.

Louis Meeùs, zoon van jeneverstoker Jan Meeùs, stichtte in 1869 samen met zijn broers Hippoliet, Théophile en Prosper, de jenever- en likeurstokerij Meeùs aan de Kempische vaart. Op korte tijd kende het bedrijf een enorme bloei. Honderden werknemers verdienden er hun brood. Heemkundige kring Jan Vleminck wijdde in 2011 een tentoonstelling en een boek aan de geschiedenis van deze stokerij. Na het overlijden van burgemeester Gustave van Havre in 1892 werd fabrieksdirecteur Hippoliet Meeùs tot zijn opvolger benoemd. Hij woonde op de Turnhoutsebaan in een prachtig herenhuis met stallingen en remise, dat later het kloostergebouw van de Normaalschool zou worden. Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 vluchtte de familie Meeùs naar Engeland, waar de heer en mevrouw Meeùs een jaar later kort na elkaar overleden.

In de twintigste eeuw werd het leven in de Hippoliet Meeùsstraat sterk bepaald door de activiteiten van maalderij Helssen. Victor Helssen, de laatste echte molenaar van Wijnegem, had nabij de hoek met de Turnhoutsebaan een moderne maalderij opgericht na de afbraak van de molen aan de vaart in 1911. Vooral tussen beide wereldoorlogen kende het bedrijf een grote bloei. Nadat zonen Jos en Emiel de activiteiten in 1979 hadden stopgezet, vestigde zich een drukkerij in de gebouwen.

(Arch. HK, P. Stijnen, kaart Casteel ende Graefschap van Wijneghem, 1742)

(Arch. gem. Wijnegem, Collegebesluiten 1920-1927 en 1935-1938)

(Arch. HK, Graaf de Ferraris, Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, 1778)

(J. Wuyts, Enkele grepen uit de geschiedenis van Wijnegem, 1952)

(C. Evers en L. Spaepen, Herinneringen aan Wijnegem, 2000)

Hoevestraat

Collegebesluit van 26 mei 1936: De vroegere Korte Fortveldstraat wordt genoemd: Hoevestraat. Deze korte straat verbindt de De Wijngaardstraat met de Merksemsebaan. Ze heeft als zijstraat de Nachtegalenweg.

De straat heeft haar naam te danken aan het feit dat er een klein boerderijtje stond op de plaats waar nu een pleintje ligt tussen De Wijngaardstraat, Hoevestraat, Merksemsebaan en Fortveldstraat. Het boerderijtje stond in feite met de voorzijde naar de huidige De Wijngaardstraat gericht, die toen nog een zandweg was. De laatste bewoners waren de familie Meersman. De boer droeg de bijnaam 'lamme hand' vanwege een gebrek aan zijn hand. Het boerderijtje werd afgebroken bij de aanleg van de De Wijngaardstraat in de jaren zestig.

(Arch. gem. Wijnegem, Collegebesluiten 1935-1938)

Houtlaan

 De ring rond Wijnegem begint aan het kruispunt van de Krijgsbaan en de Turnhoutsebaan, loopt rond de Fortvlakte en over het Albertkanaal naar de grens met Schilde, waar ze opnieuw op de Turnhoutsebaan uitkomt. Ze kruist op haar traject de Ertbruggestraat, de Merksemsebaan, de Albertkanaalbaan, de Reigerstraat en de 's-Gravenwezelsesteenweg. De Houtlaan werd in de jaren 1982-1983 aangelegd, tegen de zin van een aantal middenstanders en groenen, om de dorpskern van Wijnegem van doorgaand verkeer te ontlasten.

Haar naam komt van de vroegere 'Houtstraete', getekend op de kaart van landmeter Popp uit 1860. Deze straat lag ongeveer waar nu de Ertbruggestraat loopt van de Ruggeveldstraat tot de grens met Deurne. Deze Houtstraete werd genoemd naar de familie vanden Houte, die op het kasteel Ertbrugge woonde in de zeventiende eeuw. Op de gronden naast de Houtlaan werden gedurende dertig jaar opgravingen uitgevoerd door de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie. Er werden nederzettingen gevonden uit de periode vanaf de vroege ijzertijd tot de late middeleeuwen.

(Arch. HK, kaart Popp, 1860)